15 november 2019 is het nieuwe seizoen van het Nut weer van start gegaan. Zoals gebruikelijk met de algemene jaarvergadering. Voorzitter Corrie van Stee opende de vergadering en heette allen welkom. De aanwezige leden konden zich vinden in het jaarverslag van het afgelopen verenigingsjaar. Het financieel jaaroverzicht 2018-2019 en de begroting 2019-2020 werden ongewijzigd vastgesteld. Opgemerkt werd dat de financiële positie weer is verbeterd, nadat de viering van het 150 jarig jubileum een flinke bres had geslagen in de financiële reserves.  De contributie blijft ongewijzigd op 20 euro per gezin per jaar.
De aftredende bestuursleden Corrie van Stee en Erna van der Spek werden unaniem herkozen voor een nieuwe periode van twee jaar.
De volgende nutavond is op 31 jan. 2020 met een presentatie door Saskia van den Ouden. Zij verloor door ziekte haar been. Dankzij acties kreeg ze een blade, een gebogen veer die aan een prothese wordt bevestigd. Hiermee doet ze weer mee aan triathlons. Ook is zij ambassadeur voor Spieren voor spieren. De jaarlijkse toneelavond is op zaterdag 14 maart 2020. Er zal weer een blijspel op de planken worden gebracht door de eigen toneelgroep. Die groep  is uitgebreid met 1 heer en heeft nu 3 heren en  5 dames. De voorbereidingen hiervoor zijn al in volle gang. We hopen weer een leuk stuk op de planken te brengen!  
Daarna werd de jaarvergadering, die 10 minuten duurde, door Corrie van Stee gesloten.

Huib Uil gaf daarna een lezing met als thema  ‘Naar school in Dreischor’ over de ontwikkeling in de afgelopen eeuwen van het onderwijs in Zeeland en in Dreischor in het bijzonder. Dit was ook het aandachtgebied van zijn promotieonderzoek op basis waarvan hij op 3 december 2015 promoveerde aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. De resultaten van zijn onderzoek zijn vastgelegd in zijn boek  ‘De scholen syn planthoven van de gemeente. Het onderwijs in Zeeland en Staats-Vlaanderen, 1578-1801’

Het onderwijs in Zeeland kreeg vorm nadat vanaf 1578 Zeeland onder de invloedssfeer kwam van de Prins van Oranje en de reformatie daardoor zijn beslag kreeg. Pastoors werden vervangen door predikanten en al snel werden in vrijwel alle plaatsen scholen opgericht om de bevolking te leren lezen en schrijven. Vooral gericht op het kunnen lezen van de bijbel en andere religieuze teksten om zo het geloof uit te dragen. De behoefte aan lezen en schrijven voor de bevolking is kenmerkend voor het reformatorische geloof. Dit in tegenstelling tot het katholicisme dat meer gericht is op beelden.  In die tijd hadden zowel de kerk, als de lokale besturen grote invloed op het onderwijs. Commissies samengesteld uit leden van de kerkenraad en de ambachtsheer kozen de onderwijzers die in die tijd ook de rol van koster, voorzanger en voorlezer in de kerk vervulde. Ook het schoolreglement werd bepaald door de combinatie kerk en ambachtsheer. 
Qua onderwijs werden onderscheiden de ‘kleine kinderschool’  voor kinderen tot 6 jaar, de Nederduitse school (voor kinderen tot 11 / 12 jaar)  en het voortgezet onderwijs in de vorm van de ‘Franse school’ (gericht op de handel) en de ‘Latijnse school’ (als basis voor een universitaire vervolgstudie). Op de Franse school werd volledig in de Franse taal lesgegeven en op de Latijnse school was de lesstof en de spreektaal Latijn.
Er was geen onderwijsplicht . Toch zag men kennelijk  het belang in van onderwijs, want de scholen werden goed bezocht. Vooral in de winterperiode. In de zomerperiode was de bezetting flink minder. De kinderen moesten ongetwijfeld op het land werken. Voor de kinderen werd per maand schoolgeld betaald dat afhankelijk was van de te volgen lessen.  Voor  lezen (4 stuivers), schrijven (8 stuivers),rekenen (12 stuivers) en zingen (16 stuivers). De onderwijzers verdienden daardoor in de zomer belangrijk minder dan in de winter. Daardoor hadden zij in de zomer allerlei bijbaantjes  zoals landmeter, etc.
Het onderwijs was toen individueel. De leerlingen kregen opdrachten die ze moesten uitvoeren . De  leerlingen  kregen dus toen al les  op hun eigen niveau. Het onderwijs was als eerste gericht op goed leren lezen. Daarna werd het schrijven geleerd en alleen voor wie het later nodig hadden werd ook het rekenen geleerd. Een groot deel van de bevolking  van de bevolking kon goed  lezen, een beperkt deel lezen en schrijven, en een nog kleiner deel ook rekenen.
Over het algemeen werd er 30 uur les gegeven verdeeld over 6 dagen van de week. Vakanties zoals wij die nu kennen bestonden niet. Wel waren de kinderen rond de feestdagen enkele dagen vrij.
Net als bij ambachtslieden zoals de timmerman leerden de onderwijzers het vak door als ondermeester in dienst te gaan bij een ervaren onderwijzer. Na bewezen bekwaamheid konden ze solliciteren op een vacature als meester.
De school in Dreischor was gevestigd in een afgesloten zijbeuk van de kerk en had twee (verplichte) toegangsportalen . In de zomer van 1799 zaten er op de school van Dreischor 70 leerlingen wat opvallend genoeg bijna gelijk is aan het huidige aantal leerlingen.

Opvallend t.o.v. het heden is dat men destijds in Zeeland in staat bleek om zelfs ook in de kleinste plaatsen een school in stand te houden. Het onderwijs in Zeeland stond dan ook op hoog niveau en Zeeland was aan het begin van de negentiende eeuw koploper op onderwijsgebied. Van de bevolking kon 82 procent lezen en schrijven. Nergens anders in Nederland was de geletterdheid in die tijd zo groot. De oorzaak ligt in de voorspoedig verlopen reformatie en de daarna volgende nauwe samenwerking tussen de kerkgemeenschappen en lokale besturen die het onderwijs vorm gaven en stimuleerden.
Gedurende een periode van meer dan 200 jaar,  waarin vooral individueel gericht onderwijs werd gegeven,  volgde een periode waarin het klassikaal onderwijs in zwang kwam. Vandaag de dag is er juist weer een beweging naar het geven van meer individueel onderwijs. Dus: Er is niets nieuws onder de zon.
Als afsluiting van de periode waarin de ontwikkeling van het onderwijs op lokaal niveau werd vormgegeven werd in 1801 de eerste onderwijswet ingevoerd waardoor de ontwikkeling van het onderwijs vanaf dat moment vanuit de centrale overheid werd geregeld.

Na het beantwoorden van de gestelde vragen overhandigde Heleen een boekenbon  aan Huib Uil als dank voor zijn interessante verhaal. Zijn echtgenote, die avond ook aanwezig, kreeg een mooi herfstboeket.
De nazit was weer bijzonder gezellig en duurde tot in de kleine uurtjes.